Herdenking 2025

Welkom

Ik ben Gerrit Kiekebos en heet U namens de Stichting 4&5 mei Giethoorn van harte welkom.

Vandaag is de dag van de Nationale Dodenherdenking.
Tijdens de Nationale herdenking herdenken wij allen – burgers en militairen die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord.  Zowel tijdens de 2e wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië, als in oorlogssituaties en bij vredesoperaties daarna.

Onze vrijheid fysiek en mentaal is van grote waarde.
Oorlog is onvrijheid en verstoord leven. Wereldwijd zijn er in de 2e wereldoorlog en daarna miljoenen mensen gedood, terwijl iedereen weet hoe erg het is om een geliefd medemens te verliezen.

4 mei is inclusief
In de beleving van de meeste Nederlanders herdenken we vooral Nederland en het toenmalig Nederlands Indië in wereldoorlog II. 
De suggestie dat deze beleving niet inclusief zou zijn, is wat mij betreft de grootst mogelijke onzin.  Er is niets inclusiever en verbindender dan het grote nationale verhaal herdenken. Kennis nemen van de verhalen en het bewust worden van de geschiedenis.
Wie de geschiedenis kent begrijpt het heden beter.
Het aanhoren van verhalen is belangrijk voor generaties die er nog niet waren in de oorlogstijd, voor alle burgers van dit land van wie de wortels elders lagen.
Uiteindelijk zijn ook voor hen de helden gesneuveld op de Normandische kust en de Ardennen …… mensen die ook van elders kwamen. Doordat ultieme offer bestaat nu dit vrije land voor ons allen.  Waar al onze kinderen in vrijheid kunnen opgroeien

De vrijheid die ons door vorige generaties in de schoot is geworpen mogen we nooit weggeven.  
Democtatie, vrije pers, het vrije woord en rechtsgelijkheid. Dat is wat die jongeren, vaak tieners nog ons hebben gegeven soldaten en verzetshelden.

De herdenking van 4 mei is de Nationale Herdenking, zo zal vrijwel iedereen het beleven en zo is het ook bedoeld.
Al de verhalen uit het eerste deel van de veertiger jaren uit de vorige eeuw zullen de mensen van nu raken – moeten raken. Aan alle nederlanders van welke leeftijd en afkomst dan ook. 4 Mei is bij uitstek een dag van nationale verbinding en dit is een mooie ode aan hen die gesneuveld zijn voor de vrijheid van allen.

De Stiching 4&5 mei Giethoorn wil naast herdenken en vieren ook aandacht besteden aan educatie met name voor de jeugd.
Twee weken geleden mochten wij aan groep 8 van de basisschool De Punter in de Doopsgezinde Kerk een verhaal vertellen over hoe, zeg maar gewonde mensen omgingen met de oorlog. Daarna konden ze de ondeduikers plaatsen bekijken in de pastorie en vonden dat erg interessant.
Tevens hebben we een gedenkboek 4&5 mei van het nationaal comité mogen uitreiken aan alle kinderen.
Ook hebben de kinderen gedichten gemaakt en ze vertelden mij dat het een zogenaamd Tibetaans gedicht is. Enkele kinderen gaan die straks ook voorlezen.

4 en 5 mei toespraak door Gerke van Hiele

Geachte aanwezigen, dorpsgenoten, landgenoten, medemensen, jongens en meisjes,

Hartelijk dank voor de uitnodiging om hier vanavond ook wat te zeggen. Fijn dat er vanavond kinderen van OBS De punter zijn. Groep 8 heeft met juf Yvette en juf Corien en anderen al een heel programma doorlopen over onderduikers en oorlog. In mijn kindertijd was de Dodenherdenking zo’n beetje het plechtigste moment van het jaar Vroeger richtte mijn broer thuis een kleine tentoonstelling in met bonkaarten, een krantje als’ Nederland herrijst’, een Nederlandse vlag, wat oorlogspostzegels en als topstukken de drie verschillende persoonsbewijzen van onze vader met verschillende namen en ook verschillende jaartallen i.v.m. verzetswerk, Arbeidseinsatz en andere ellende. De 2 minuten stilte herinner ik me als intens. Mijn ouders groeiden op in Assen en bij hen beiden zaten een stuk of zes joodse kinderen in de klas. Mijn moeder wees ze ons aan op een oude klassenfoto. Ineens (2 okt 1942) waren die kinderen allemaal weg en er zijn er maar heel weinig teruggekomen. Wij konden dat als kinderen niet bevatten, nog steeds eigenlijk niet. Ondenkbaar, onbestaanbaar, niet te geloven.

Op 4 mei 2025 is een plaquette onthuld door de kinderen en kleinkinderen van de onderduikers die destijds daar verbleven. De plaquette staat bij de Doopsgezinde Kerk in Giethoorn en middels een QR code wordt het verhaal verteld.

Men zegt wel dat het leven weer snel zijn gewone gang ging na de inval van de Duitsers. Tegelijk was ook niets meer hetzelfde. Alsof er een deken van wantrouwen en angst over het land was komen te liggen. Alles was ineens verdacht, of gevaarlijk, je wist niet wie je kon vertrouwen en wie niet. Je kunt je altijd op mensen verkijken, maar nu kon dit ineens verstrekkende gevolgen hebben. Je moest je mond houden, want je mond voorbij praten kon fatale gevolgen hebben. Goed of fout was niet zozeer een mening, maar kon een kwestie zijn van leven of dood.

Toen er een jaar of vijf geleden een initiatief groeide in verband met de dodenherdenking in Giethoorn, zijn Jan Smit van de protestantse gemeente en ik nog een keer bij Hennie Schreur op bezoek geweest om haar verhaal vast te leggen. Zij was een ooggetuige, werkte als meisje van 17 in de pastorie naast de kerk. Komende D day zou ze honderd zijn geworden. In 1944 woonden er 11 mensen in de pastorie. Ds. Abraham Mulder met zijn vrouw Johanna en dochter Tine, zes Joodse onderduikers en nog een echtpaar. Bijna niemand wist van deze verborgen geschiedenis. Hennie vertelde van de angstige momenten: ‘Soms zat ik te trillen in de kerkbank omdat Mulder op zondag geen blad voor de mond nam’. Het is merakels dat Mulder niet is opgepakt’. Op een dag was er een razzia in het dorp was vanwege een neergestort Engels vliegtuig. Ze waren gewaarschuwd. Er werd 3x hard geklopt en toen stormden drie Duitse soldaten met bajonet op het geweer het huis binnen. Twee ervan meteen naar boven en een bleef bij haar bij de trap staan. Ze was net met de koperen roeden van de traploper bezig en de soldaat begon wat met haar te sjansen. Henny vertelt : ‘Ik had zin om die soldaat met de roede een klap op zijn kop te geven zo dat ie dood was’. Maar ze wist ook dat ze zich moest beheersen en met stalen gezicht doorgaan met haar werk. ‘Liegen’ leerde ze in de pastorie, vertelde ze trots. Dankzij kordaat optreden van mevr. Mulder die goed Duits sprak liep het allemaal toch goed af. De spanning en koelbloedigheid hebben alle bewoners ook echt wat gekost. Zulke dingen raak je niet zomaar meer kwijt en gaan soms een leven lang met je mee. Goddank waren er hier in Giethoorn een heel aantal mensen met de moed om hulp en onderdak te verschaffen. Verzet is hier op verschillende manieren geboden. Velen hebben hier hun leven aan te danken.

Jaren geleden kreeg ik een klein, dun en oud oranje boekje met de tekst van de Bevrijdingsdienst van zondag 15 april 1945 in de vermaning van Giethoorn. Het neemt je als lezer mee terug naar dit ogenblik van bevrijding van de tirannie en Nederland kon herademen na jaren van geweld en verschrikking. We zijn vrij, we zijn vrij. De boodschap van de gezamenlijke kerken voor de bevrijde gebieden werd voorgelezen, het Wilhelmus gezongen en alle mensen op het hart gebonden om zich niet te laten verlagen tot daden van individuele wraakoefening.

Abraham Mulder preekte toen over Psalm 129,4 en gebruikte een sterk beeld: dat de koorden der goddelozen eindelijk door God waren doorgehouwen. Je kunt bijna proeven hoeveel benauwdheid men in die jaren moet hebben ervaren. Mensen hadden bekneld gezeten, in het nauw, verstrikt, verstopt en ingesnoerd. Je kon bijna geen kant meer op. Velen zijn slachtoffer geworden van een ongekend misdadig regime dat Goddank ten val kon worden gebracht. Nooit meer oorlog, zou ik zeggen.

Mulder en zo waren er meer, onderstreepten het belang van recht en gerechtigheid. Ons leven na de Bevrijding moet dan ook niet staan in het teken van vergelding en wraakzucht, maar in dat van de liefde. Liefde is … zo leven dat er luwte is, van die plekken waar een mens even of langer kan schuilen en veilig zijn. Er zijn momenten dat je zelf die ruimte kunt bieden. Ruimte voor mensen, voor anderen dan jij zelf. In de tuin van de pastorie is vanmiddag in de kleine kring van de familie van de onderduikers een gedenkplaat onthuld die herinnert aan de uitzonderlijke moed van ds. Mulder, zijn vrouw en zijn dochter en alle betrokkenen.

Ook 80 jaar later mag het appel klinken om behoedzaam en zorgzaam te leven en met elkaar om te gaan. We zijn in Europa en Steenwijkerland  druk met defensie en bewapening, weerbaarheid en noodpakketten. We mogen/moeten echter te midden van de harde realiteit ook vertrouwen blijven hebben in de zachte krachten, blijven werken aan verbinding. Het doet ertoe dat we zelf  trouw zijn aan de waarden van menselijkheid die ons zijn toevertrouwd en verre blijven van demonisering en uitsluiting. Je hart zacht houden, schreef Natasja van Wezel, dat is het, maar ook de moed hebben om je stem te verheffen en ergens voor op te komen. We zijn allemaal mensen en die menselijkheid is wat ons allen verbindt omwille van durende vrede.

4 mei herdenking door Mirjam Slomp Dekker

Geachte aanwezigen, beste dorpsgenoten, dames en heren, jongens en meisjes,

Op onze 4 mei-herdenking in Giethoorn wil ik graag beginnen met een gedachte van dichter Gerrit Komrij:

‘Het is een sport om met gestrekte vinger te wijzen naar de goeden en de kwaden.’

Maar wat zou ík gedaan hebben, in die oorlogstijd? Had ik me verzet? Of gezwegen uit angst? Had ik het lef gehad dat ik zo bewonder bij de mensen die wij vandaag herdenken?

Vandaag, op deze troostrijke plek in Giethoorn, bij dit mooie herdenkingsmonument, zijn we bijeen om stil te staan bij de offers die zijn gebracht voor onze vrijheid. 80 jaar leven we nu in vrijheid in ons land – een kostbaar bezit, zwaar bevochten door velen die hun leven lieten, soms ver van huis, soms hier, in ons eigen dorp.

We noemen de namen die ons bekend zijn, zodat ze blijven leven in onze herinnering:

Jacob Broer: Om dwangarbeid in Duitsland te ontlopen, dook deze timmerman uit Giethoorn onder, maar hij werd tijdens een razzia gearresteerd en gevangen gezet in Kamp Amersfoort. Jacob overleed in 1944 op 20-jarige leeftijd, aan de gevolgen van difterie.

Henri Dijksma, ontkwam niet aan dwangarbeid in een Duits werkkamp. De landarbeider uit Giethoorn overleed daar in 1944 aan onbekende oorzaak. Ook hij was pas 20 jaar jong.

Klaas Petter uit Dwarsgracht, bevond zich op het verkeerde moment en de verkeerde plaats.

In de winter van 1945 hielp hij het verzet met strobalen uitladen bij het stoomgemaal, op de dijk tussen Vollenhove en Blokzijl. Brandstof waarmee de machine na de bevrijding zo snel mogelijk weer operationeel zou zijn. Een Engelse piloot zag het stoomgemaal vermoedelijk aan voor een door Duitsers bezette fabriek, en vuurde vanuit de lucht. Klaas Petter werd daarbij dodelijk aan zijn hoofd getroffen. Hij was 38 jaar.

Op deze troostrijke plek brengen we ook een saluut aan gesneuvelde militairen:

Roelof Drost (23) en Wicher Groen (28), geboren Gietersen. De jongemannen kwamen om het leven tijdens de strijd in Nederlands-Indië. Ze liggen begraven op het Nederlands Ereveld in Jakarta, maar worden hier traditioneel geëerd.

We noemen ook Jan Smit uit Dwarsgracht, die op 23-jarige leeftijd sneuvelde en op het Militair Ereveld Grebbeberg ligt begraven.

En onze gedachten gaan ook naar de Nederlandse soldaten, waarvan wij de naam niet kennen, maar die voor onze vrijheid het leven lieten, in Nederland of elders in de wereld.

En dan het indrukwekkende verhaal van de Amerikaanse piloot Frederick Charles Grambo, die vocht voor onze vrijheid!

Slechts 28 jaar was hij toen zijn toestel werd geraakt door luchtafweergeschut. Hij probeerde te ontsnappen met zijn parachute, maar het mocht niet baten. Hij stortte neer bij de Walengracht en overleed op 29 februari 1944.

De Duitse bezetter verbood een eerbetoon tijdens zijn begrafenis. Toch stonden onze voorgangers in Giethoorn pal voor waardigheid. Nog vóór zonsopgang lag zijn graf vol bloemen. In spertijd. In armoede. In gevaar.

Dat was verzet. In stilte, maar krachtiger dan welk woord ook.

Deze regio stond onder hoogspanning tijdens de oorlogsjaren. Er waren verzetsgroepen actief, er zijn geslaagde overvallen gepleegd op distributiekantoren en bevolkingsregisters in de omgeving, en er waren helpende handen in bange dagen.

Het 4 mei-monument hier in Giethoorn symboliseert dat: rietpluimen buigen zich beschermend over de mens in nood. Dat beeld past bij Giethoorn en Dwarsgracht, toevluchtsoorden bij uitstek voor onderduikers. Vanwege de geïsoleerde ligging in het veen en de wirwar aan slootjes en kanalen was het een geschikte plaats om je te verstoppen voor de Duitsers.

Gebogen maar ongebroken

Verborg het riet
Vervolgden
En verzet
Hier waken
Als steen
In de stroom
Voor durende vrede

Deze woorden, geschreven en tot leven gebracht op ons monument van cortenstaal, ontworpen door kunstenares Harriet Verleun, die ook in Giethoorn woont. De rietpluimen symboliseren ons landschap, maar ook onze bescherming.

Tegen de vijand. Voor elkaar.

Want dat is de kracht van Giethoorn: saamhorigheid.

We zagen het toen, we zien het nu.

Van onderduikers die zich konden verschuilen in het riet, tot Oekraïense vluchtelingen die we welkom heetten in onze gemeenschap, tot het gezamenlijk zorgen voor een gedenkplek in ons dorp.

Dit monument is niet van het comité alleen, het is van ons allemaal. Oud en jong. Van mensen die iets durfden te doen – of durfden te herdenken.

Laten we niet oordelen met gestrekte vinger, maar met open hart blijven zoeken naar verbinding. En de lessen van het verleden gebruiken om de vrijheid van vandaag te begrijpen en te bewaren.

Want alleen wie zijn verleden kent, begrijpt de waarde van het heden.

Een herinnering

4 mei

Die dag verloren we elkaar.

In het huis waar wij geboren waren
om te groeien in de liefde
namen we voorbarig afscheid
om te wennen aan afgebroken zijn.

Ontkenden het bestaan van morgen,
verborgen hoop als een steen
in vaders jaszak
vergeten monument aan de kapstok.

De stille getuigen,
ze zijn er nog.

Het vierkant wit
waar het schilderij hing.

De krakende tweede trede van de trap
die naar boven anders klinkt dan naar beneden.

De verf van de keukendeur rondom de klink
gehavend door miljoenen keren openen en sluiten.

De sleutel past nog in het slot.
Het tikje op het eind,
hij wil niet graag dicht.

Ook nu bloeit de sering in mei
en klinkt een koekoek als een klok,
onwetend van de tijd die glijdt
langs wat niet helen kan.

Marianne Mol-Reeders

Gedichten van kinderen van de basisschool

Ik ben erg bang
Ik ben in de trein opeens door die akelige Duitsers
Ik zie heel veel mensen om me heen, velen dragen een ster
Andere mensen zijn ook erg bang
Ik ben in de trein
Ik voel de wind door de houten planken
Andere mensen zijn ook erg bang
Ik ben daardoor nog meer gespannen
Ik voel de wind door de houten planken
Ik weet niet waar ik heen ga
Ik ben daardoor nog meer gespannen
Dit is niet fijn, ik ben al erg bang
Ik weet niet waar ik heen ga
Elke hoek een soldaat en nergens een uitweg
Dit is niet fijn, ik ben al erg bang
Het zweet loopt over mijn hoofd en ik geef mama een dikke knuffel
Elke hoek staat een soldaat en nergens een uitweg
Ik zie heel veel mensen om me heen, velen dragen een ster
Het zweet loopt over mijn hoofd en ik geef mama een dikke knuffel
Ik ben erg bang

Olivier Hartman

Ik voel me bang.
Ik zit in een donkere wagon op weg naar een concentratiekamp.
Ik zie kinderen die aan het huilen zijn.
Er worden ouders weggetrokken van hun kinderen.
Ik zit in een donkere wagon op weg naar een concentratiekamp.
Ik ben bang dat ik mijn ouders nooit meer zal zien.
Er worden ouders weggetrokken van hun kinderen.
Het gebeurt ook bij mijn ouders, ik probeer nog te vluchten, maar een Duitse soldaat houdt mij tegen.
Ik ben bang dat ik mijn ouders nooit meer zal zien.
Ik ben gestrest en heb geen eten mee, ik moet ook naar de wc.
Het gebeurt ook bij mijn ouders, ik probeer nog te vluchten, maar een Duitse soldaat houdt mij tegen.
Ik krijg buikpijn, ga ik mijn ouders nooit meer zien?
Ik ben gestrest en heb geen eten mee, ik moet ook naar de wc.
Het voelt gek: gaat het echt gebeuren, word ik echt ontvoerd?
Ik krijg buikpijn, ga ik mijn ouders nooit meer zien?
Ik ben bang. Naar welk concentratiekamp ga ik?
Het voelt gek: gaat het echt gebeuren, word ik echt ontvoerd?
Ik zie kinderen die aan het huilen zijn.
Ik ben bang.Naar welk concentratiekamp ga ik?
Ik voel me bang.

Rafael Lanting

Ik ben bang.
Ik zit ergens in een kelder ondergedoken.
Ik zie voor me een klein jongetje dat huilt.
Kinderen huilen omdat ze bang zijn.
Ik zit ergens in een kelder ondergedoken.
Het is erg krap en pikkedonker.
Kinderen huilen omdat ze bang zijn.
Ik probeer niet mee te huilen.
Het is erg krap en pikkedonker.
Ik vraag me af waarom we hier zijn.
Ik probeer niet mee te huilen.
Tranen vallen over mijn wangen.
Ik vraag me af waarom we hier zijn.
Ik voel me verdrietig, maar ook boos.
Tranen vallen over mijn wangen.
Ik wil naar mijn ouders, maar die zijn er niet meer.
Ik voel me verdrietig, maar ook boos.
Ik zie een klein jongetje dat huilt.
Ik wil naar mijn ouders, maar die zijn er niet meer.
Ik ben bang.

Faraah AKailan

Ik voel me bang en verdrietig
Ik zit in de kelder van ons huis
Ik zie mijn moeder, broer en mijn kat
We horen steeds vliegtuigen ik ben bang
Ik zit in de kelder van ons huis
Ik voel me verdrietig ik mis papa
We horen steeds vliegtuigen ik voel me niet veilig
Ik wil dat de oorlog stopt
Ik voel me verdrietig ik mis papa
Ik wil buiten spelen met vrienden ik wil frisse lucht
Ik wil dat de oorlog stopt
Het is vervelend ik ben moe
Ik wil buiten spelen met vrienden ik wil frisse lucht
Ik voel me een nietsnut omdat papa voor ons vecht
Het is vervelend ik ben moe
Ik wil slapen en dan hopen dat het voorbij is
Ik voel me een nietsnut omdat papa voor ons vecht
Ik zie mijn moeder,broer en mijn kat
Ik wil slapen en dan hopen dat het voorbij is
Ik voel me bang en verdrietig

Sofia

Ik ben bang.
Ik zit in een donkere kelder te schuilen.
Ik zie het kleine lichtpuntje van de zaklamp.
Ik ben bang, er worden bommen gegooid door de Duitsers.
Ik zit in een donkere kelder te schuilen.
Het is koud en heel erg eng.
Ik ben bang, er worden bommen gegooid door de Duitsers.
Je hoort de vliegtuigen voorbijvliegen.
Het is koud en heel erg eng.
Ik ben bang dat er een bom op ons komt.
Je hoort de vliegtuigen voorbijvliegen.
Ik vind het eng en ik kruip tegen mama aan.
Ik ben bang dat er een bom op ons komt.
Het is eng en ik ben bang.
Ik vind het eng en ik kruip tegen mama aan.
Ik voel dat mama aan het trillen is van de spanning.
Het is eng en ik ben bang.
Ik zie het kleine lichtpuntje van de zaklamp.
Ik voel dat mama aan het trillen is van de spanning.
Ik ben bang.

Sofie